De Viool

Het is belangrijk goed voor je viool te zorgen. Daarom volgen hier wat praktische tips om je viool in topconditie te houden:

Dagelijks schoonmaken:
Was voordat je gaat spelen je handen. Iedere keer als je gespeeld hebt, wrijf je met een katoenen doekje stevig langs de snaren op de plaats waar de hars aan de snaren kleeft (dit piept!). Met een stofdoek veeg je de hars van je viool af. Als je een beetje zweterige handen had tijdens het spelen, is het goed om na het spelen met een doek de hals, de snaren en de toets af te vegen (overal waar je met je vingers aan bent geweest). Met een druppel amandelolie op een brillendoekje kan je na het spelen de snaren boven de toets schoon maken, ze verslijten dan minder snel. Bewaar dit doekje, je hoeft er maar eens per maand een druppel olie op te doen.

De strijkstok:
Kom nooit met je vingers aan de haren van je stok. Hars je strijkstok zo'n 2 keer per week, hars niet te veel. Ontspan de haren van je strijkstok altijd als je niet speelt. Span de haren niet te strak, je krijgt een veel beter contact met de snaren als je stok veerkracht heeft. Als er een haar breekt, trek die dan niet uit de stok, maar knip hem af bij de haarinzet.
Bewaren:
Bewaar je viool op een veilige plaats. Stop je viool in de kist als je klaar bent met spelen en doe de kist dicht. Leg hem nooit in de buurt van een kachel of in de zon en vermijd grote temperatuurverschillen. Zorg dat je viool op een plaats ligt waar hij niet kan vallen en waar er geen huisdieren of kleine kinderen bij kunnen.

Op stap:
Draag je viool op de fiets op je rug. De meeste kisten en hoezen hebben rugbanden. Zo niet, dan zijn deze ook los verkrijgbaar. Leg je viool in de auto op een veilige plaats. Leg hem niet op de hoedenplank, zeker niet als de zon schijnt. Laat je viool nooit achter in de auto. Houd je viool in het openbaar vervoer bij je, vergeet hem niet! Stop in je kist een briefje met je naam en adres. Zorg dat je viool goed verzekerd is.

Waar je verder op moet letten:
Houd in de gaten of de kam niet scheef gaat staan of krom wordt. Let op of de onderkant van de fijnstemmers niet de klankkast raken. Controleer zo nu en dan of de sluitingen van je kist goed blijven en zorg dat je viool niet knelt en ook niet te los in de kist ligt. Bekijk af en toe of de rubbertjes om de pootjes van je schoudersteun nog goed zitten en niet versleten zijn. Stel je viool zo min mogelijk bloot aan grote temperatuursverschillen. Kom je uit de kou in een warme kamer, laat je viool dan eerst een tijdje wennen in gesloten kist. Bij vriesweer is de lucht erg droog, de viool klinkt dan misschien anders en de stemschroeven schieten weleens los. Als je viool hier veel last van heeft, is het een goed idee een bevochtiger in je kist te hebben.

Stroeve knoppen en ander ongemak:
Als de knop van je stijkstok stroef gaat, kun je de pin er helemaal uitdraaien en met het schroefdraad even langs een droog stuk zeep gaan. Stroeve fijnstemmers maak je weer soepel door het schroefje er helemaal uit te draaien en heel voorzichtig een druppeltje naaimachine-olie in de fijnstemmer te doen. Of je smeert het schroefdraad van het schroefje in met een beetje witte vaseline. Om de stemschroeven beter te laten lopen, zijn er speciale sticks in de handel. Of probeer eerst of het voldoende helpt al je ze insmeert met schoolkrijt.

Nieuwe snaar opzetten:
Neem nooit alle snaren tegelijk weg. Verwijder de oude snaar, maak de toets schoon en ga met een zacht potlood een paar keer door de snaargleufjes in de kam en het kielhoutje. Bevestig de snaar in het staartstuk en steek het andere eind door het gaatje in de schroef zodat het ongeveer een centimeter uitsteekt. Wind de rest van de snaar over dit uiteinde en zorg dat je precies langs de kast uitkomt.

Zelf stemmen:


designed by Violin Tuner